Stephen Porges is een Amerikaanse neurowetenschapper die internationaal bekendstaat als de grondlegger van de Polyvagaal Theorie. Zijn werk heeft grote invloed op de psychologie, traumabehandeling en neurowetenschappen.
Wie Stephen Porges is
Stephen Porges is een Amerikaanse professor in de psychiatrie en neurowetenschappen. Hij is verbonden geweest aan meerdere universiteiten, waaronder de Universiteit van North Carolina en de Indiana University. Zijn carrière richt zich op de interactie tussen het autonome zenuwstelsel en sociaal gedrag. Porges leeft nog en is actief in het academisch veld en binnen klinische toepassingen van zijn theorie.
Waar Stephen Porges om bekend staat
Porges is vooral bekend vanwege de ontwikkeling van de Polyvagaal Theorie, een neurowetenschappelijke theorie over de werking van het autonome zenuwstelsel. Deze theorie heeft breed aandacht gekregen binnen de klinische psychologie, met name in de traumazorg, hechtingstheorieën en lichaamsgerichte therapieën. Zijn werk heeft bijgedragen aan een beter begrip van hoe fysiologische processen sociale verbondenheid, stress en veiligheid beïnvloeden.
Kernideeën van Stephen Porges
De Polyvagaal Theorie stelt dat het autonome zenuwstelsel uit drie functionele hiërarchieën bestaat, met elk een evolutionaire oorsprong: de dorsale vagale respons (bevriezing), de sympathische respons (vecht-of-vlucht) en de ventrale vagale respons (sociale betrokkenheid). Porges benadrukt dat veiligheid de sleutel is tot herstel bij trauma en stress. Het lichaam detecteert voortdurend of de omgeving veilig, gevaarlijk of levensbedreigend is – dit proces noemt hij ‘neuroceptie’. Daarmee biedt zijn theorie een fysiologische verklaring voor gedragspatronen bij trauma, angst of sociaal terugtrekgedrag.
Polyvagaal Theorie
De Polyvagaal Theorie is gebaseerd op een nieuwe interpretatie van de nervus vagus, een belangrijke zenuw in het autonome zenuwstelsel. Volgens Porges bestaan er twee takken van deze zenuw met verschillende functies. De oudere dorsale tak is betrokken bij immobilisatie en dissociatie, terwijl de nieuwere ventrale tak betrokken is bij sociaal contact en regulatie. De hiërarchische organisatie van deze systemen bepaalt hoe mensen reageren op bedreiging of veiligheid. Deze inzichten hebben invloed op behandelingen in psychotherapie, zoals in traumatherapieën en somatische therapieën.