Mary Ainsworth is een invloedrijke ontwikkelingspsychologe die vooral bekendstaat om haar bijdrage aan de hechtingstheorie. Ze werkte nauw samen met John Bowlby en ontwikkelde het concept van hechtingsstijlen bij jonge kinderen. Haar werk vormt tot op de dag van vandaag een essentieel fundament in de ontwikkelingspsychologie en opvoedkunde.
Wie Mary Ainsworth is
Mary Ainsworth was een Amerikaans-Canadese psychologe die een centrale rol speelde in de ontwikkeling van de hechtingstheorie binnen de ontwikkelingspsychologie. Ze werd opgeleid aan de Universiteit van Toronto en werkte later samen met John Bowlby in Londen. In haar carrière combineerde ze diepgaand veldonderzoek met experimenteel werk, wat resulteerde in vernieuwende inzichten over de hechting tussen kinderen en hun verzorgers.
Waar Mary Ainsworth om bekend staat
Ainsworth is vooral bekend van haar experiment ‘The Strange Situation’, dat zij in de jaren 70 ontwikkelde. In deze procedure observeerde ze hoe jonge kinderen reageren op korte scheidingen en herenigingen met hun moeder. Hiermee identificeerde ze verschillende hechtingsstijlen: veilig, vermijdend en ambivalent. Later werd daar nog een vierde stijl aan toegevoegd, namelijk gedesorganiseerde hechting. Haar classificaties worden nog steeds wereldwijd gebruikt in onderzoek en praktijk.
Kernideeën van Mary Ainsworth
Ainsworth stelde dat de kwaliteit van de hechting tussen kind en verzorger van groot belang is voor de emotionele en sociale ontwikkeling van het kind. Ze benadrukte het belang van ‘sensitieve responsiviteit’ van de ouder: het tijdig en adequaat reageren op de signalen van het kind. Volgens Ainsworth leidt een sensitieve opvoeder tot een veilige hechting. Daarnaast toonde ze aan dat vroege hechting samenhangt met latere sociaal-emotionele uitkomsten, zoals zelfvertrouwen en het vermogen om relaties aan te gaan.
The Strange Situation
‘The Strange Situation’ is het bekendste werk van Mary Ainsworth. Het is een gestandaardiseerde observatieprocedure van ongeveer 20 minuten, waarin kinderen tussen de 12 en 18 maanden worden geconfronteerd met een korte scheiding van en hereniging met hun moeder in een onbekende kamer. Op basis van hun gedrag in deze situatie classificeerde Ainsworth de hechtingsstijlen. Deze methode wordt nog altijd wereldwijd toegepast en aangepast voor onderzoek bij oudere kinderen en in verschillende culturen.